Evacuatietocht Putten – Huissen

Evacuatie wandeltocht juni 2020 Stichting Samen Verder Putten

Deelnemers,

Peter Brink, Ard Kleijer, Erik van der Poll, Michel Kooij, Marieke van Essen en Jan van Boeijen

Het doel van deze tocht is de verbinding te leggen tussen Putten en Huisen, beide op 2 oktober 1944 zwaar getroffen door oorlogsleed, de razzia in Putten en een bombardement in Huisen. Voor dit doel werkt de SSVP voor dit project samen met het Exodus comité uit Huisen

Tevens wil  de SSVP een lang gekoesterde wens van de provincie waarmaken; de evacuatie vanuit regio Arnhem/Betuwe naar Noord Veluwe onder de aandacht brengen.

Door de coronacrisis van 2020 is het niet gelukt om deze tocht, zoals gepland, te organiseren met een groot gezelschap. Dit staat wel in de planning voor 2021.

Vrijdagmorgen 26 juni 2020 de eerste dag

Start

Om half zes gaat de wekker. Haastig ontbijten, alle bagage nakijken en in de auto zetten. We verzamelen bij Jan van Boeijen aan de Kerkstraat. Daar gaan alle spullen in de bus en na een snel bakje koffie lopen we naar het monument van de ‘Vrouw van Putten’. De burgermeester van Putten, Henk Lambooij, is daar al en ook de filmploeg van Omroep-Gelderland staat klaar. Reinie en Theo van de Bunt zijn er ook, compleet met een kartonnen knuffel – want een echte knuffel mag niet. Omroep Gelderland interviewt Marieke en Michel.

Onze tocht start met het aansteken van de herdenkingskaars bij de ‘Vrouw van Putten’ en Michel en Henk Lambooij maken nog eens duidelijk wat het doel is van onze wandeling. Met alle beste wensen gaan we op pad. Onze eerste stop is al bij de Oude Kerk, bij de gedenksteen van de wegvoering. Daar steken we onze tweede kaars aan. En nu gaan we echt op pad, de Kerkstraat in, de Garderenseweg op. Bij het bordje van de bebouwde kom van Putten maken we een foto. Dat is de taak van Jan van Boeijen, die in de ondersteuningsauto rijdt en dus de gelegenheid heeft om foto’s te maken. Vlakbij Schovenhorst komt Mieke ons achterop fietsen, omdat Peter de bladzijde uit zijn vaders dagboekje is vergeten. In stevig tempo gaan we dan verder. Over de Arnhemse Karweg, langs Boeschoten, richting Stroe. Daar steken we het spoor over. We moeten naar basisschool ‘De Bron’, maar dat is even zoeken. Een paar winkelende dames helpen ons de goede kant op.

Stroe

Burgemeester Asje van Dijk van de gemeente Barneveld staat al bij de school op ons te wachten. Als wij arriveren komen de leerlingen van groep 6 en 7 bij het hek staan. Asje van Dijk legt uit waarom we deze wandeling maken en Michel geeft een korte en duidelijke uitleg van wat een evacuatie inhoudt en wat de relatie Putten – Huissen is. We geven onze cadeaus af: de Puttense bevrijdingsvlag, de Marigold van Huissen, een Rodekruisboekje en onze informatiefolder. Dan vervolgen we onze weg richting Harskamp. Net voordat we Stroe verlaten worden de waterflesjes gevuld en wordt er een bolletje gescoord. We lopen over de Harskamperweg naar de N310. Die steken we over naar het fietspad aan de noordzijde van de weg. Vlak daarvoor belt Peter met Bas Tempels van VeluweFM, die Michel wil interviewen over de wandeltocht. We mogen zelf een muziekje uitkiezen. Heel toepasselijk wordt dat Vera Lynn met ‘We will meet again’. Vol energie lopen we door naar Harskamp. Even voor het dorp maken we een etensstop. We hebben een behoorlijke voorsprong op onze planning. In Harskamp bezoeken we het regionale herdenkingsmonument en Jan steekt hier een herdenkingskaars aan. Na deze korte stop gaan we op weg naar Otterloo. We hoeven niet in het dorp zelf te zijn, maar naar de ingang van de Hoge Veluwe. Dus heeft Marieke een mooie weg door het bos gevonden, zodat we niet langer langs de N310 hoeven te lopen.

Otterloo

We komen vlak bij de weg naar de ingang van de Hoge Veluwe uit het bos. Michel gaat contact opnemen met de PR-afdeling, mevrouw Isabelle Bisselink van het Kröller Müller museum. Bij de ingang mogen we een witte fiets gebruiken om bij het museum te komen. Het fietsen is een heerlijk: je kunt zitten en toch vooruitkomen, dit is wat anders dan lopen. We merken dat fiets-spieren duidelijk andere spieren zijn dan loop-spieren! Nog een voordeel: hier op de heide staan maar weinig bomen en het lopen zou hier dus heel zwaar zijn, want dit is een dag met dertig graden.

Er was enig misverstand over het bezoek, maar Michel heeft het snel en handig geregeld. Isabelle Bisselink staat ons op te wachten en neemt ons mee naar de oude ingang van het museum; dat is de ingang die in 1944 werd gebruikt om de evacués op te vangen. Ze vertelt ook een nieuwtje: er zijn kortgeleden oude filmbeelden uit die tijd opgedoken die nog niet bekend waren. Het gaat om een opname van wel vier minuten. Marieke heeft hier bijzondere belangstelling voor: misschien staan er wel familieleden op.  We worden vriendelijk uitgezwaaid met de belofte dat we contact houden, ook als we er volgend jaar een evenement van willen maken.

Leuke anekdote: Op het park de ‘hoge Veluwe’ staan bij in ieder geval bij elke uitgang en bezienswaardigheid witte fietsen, die mag je op het park gebruiken, elke fiets heeft een kinderzitje en de fietsen zijn niet van elkaar te onderscheiden. Dit zijn de feiten. Bij de ingang Otterloo nemen we dus allemaal zo’n fiets mee, naar het Koller Muller museum. Daar zetten we net als honderden andere mensen de fiets in het fietsenrek. We gaan naar het ‘noodhospitaal’ en daarna weer terug naar de fietsenrekken. Maar Ard was al vooruitgelopen en had een fiets gepakt. Met het wegfietsen zegt Ard tegen Michel ik heb al een fiets gepakt, hoor. Ja dat zie ik zegt Michel, maar dat is mijn witte fiets, met kinderzitje. Ard zegt sorry dan had je maar beter moeten opletten. Wat Ard en Michel niet zien is dat een bezoeker achter hun hoofdschuddend het verhaal aanhoort. Als ik tegen Ard zeg dat het Michel zijn fiets is, wil de man iets gaan zeggen, maar wij fietsen weg, achterom kijkt zien we de man verbaasd naar ons kijken.

We fietsen weer terug naar de ingang, en dan is het weer lopen geblazen. Richting Otterloo, maar weer niet naar het dorp. We slaan direct linksaf het bos in en lopen een aantal minuten langs het hek van de Hoge Veluwe. Maar we moeten rechts aanhouden omdat we aan de achterzijde van vakantiepark ‘De Zanding’ moeten uitkomen. Daarna steken we de N310 over (Otterloo- Schaarsbergen). Langs het hek van camping ‘De Wije Werelt’ lopend komen we uit op het fietspad naar Mossel (dat is het fietspad van Otterloo naar de Ginkel). Op de camping vullen we in een toiletgebouw onze waterflesjes en kunnen we ons ook even heerlijk verfrissen met koud stromend water. Sinds Otterloo rijdt Michel in de auto en loopt nu Jan met ons mee.

Mossel

De auto kan ons nu niet bereiken, want die moet omrijden richting Ede om daar de weg naar Mossel te vinden. Het is een mooi fietspad naar Mossel, maar er zijn ook veel fietsers. We kiezen niet voor het mulle zandpad dat naast het fietspad ligt – dan maar even aan de kant als er fietsers langskomen! Want we beginnen nu wel onze voeten te voelen… Maar in Mossel kunnen we uitrusten.

Als je op het fietspad loopt vanaf Otterloo zie je vanaf een hoogte het dak van het theehuis van Mossel liggen. Maar even later zie je er niets meer van, en er wordt al geopperd dat het een fata morgana was, maar gelukkig zit Michel op het terras op ons te wachten en trakteert ons op ijs. Maar het belangrijkste is drinken! En heerlijk even je verfrissen op het toilet. Met gevulde flessen gaan we verder naar Juffrouw Tok aan de rand van de Ginkelse Heide aan de Verlengde Amsterdamseweg in Ede. We vervolgen het fietspad naar Zuid-Ginkel (het fietspad loopt over het terrein van het theehuis Mossel). Maar na een tijd kunnen we afslaan naar de Heidebloemallee. Deze laan volgen we langs de Heidebloemse plas .

De Ginkel

We lopen nu door totdat we camping ‘Zuid-Ginkel’ zien. We zijn nu echt goed moe en rusten uit bij de Schaapskooi op de Ginkelse Heide. Daar wachten we op wethouder Meijers van Ede, maar die blijkt zich vergist te hebben. Bij het monument van de 4e parachutistenbrigade zetten we weer een kaars neer. Maar we steken hem niet aan, omdat het hier kurkdroog is en we geen heidebrand willen veroorzaken. We overleggen wat we doen: het is erg warm op de heide, wel 32 graden, en we zijn moe. We besluiten dat we de afstand naar Wolfheze niet allemaal lopen, maar Marieke natuurlijk wel, met Jan en Michel. De route gaat over de heide onder de snelweg A12 door, steekt het spoor Arnhem – Utrecht over en gaat dan linksaf richting Wolfheze: eerst de Telefoonweg en dan de Parallelweg.

Wolfheze

In Wolfheze is de groep weer helemaal compleet. Hier stoppen we voor het huis van de grootouders van Peter. Peter leest een stuk voor uit het dagboek van zijn vader, het gedeelte over zondag 17 september 1944, toen even na kerktijd het dorp werd gebombardeerd door de RAF, met veel doden en gewonden tot gevolg. Het verhaal van Peter, zoals opgetekend door zijn vader, is zeer indrukwekkend, en hoe bijzonder is het dat hij op deze plek dit verhaal doet, temeer ook omdat Peter zijn vader nog maar kort voor deze tocht overleden is. We steken hier geen kaars aan, omdat er patiënten van de Stichting Wolfheze zitten te roken en bier te drinken bij het monument. We steken het spoor over en gaan de Johannahoeveweg op, langs de nieuwbouwwijk van Wolfheze en de camping waar Marieke gewoond heeft. Zo komen we uit bij de Duiker onder het spoor door. Peter vertelt wat hij van zijn vader weet over deze duiker. Het was een schuilplaats voor de bevolking van Wolfheze tijdens het bombardement en volgens de plaatselijke geschiedenis is hier ook een baby geboren op 17 september.

Oosterbeek

We zijn nu op het fietspad Wolfheze – Oosterbeek uitgekomen. Dat volgen we helemaal naar Oosterbeek, het doel van deze dag. Wat een triomf als we eindelijk een foto kunnen maken bij het bord ‘Oosterbeek’! We lopen in één ruk door naar het Airborne kerkhof en zetten een brandende kaars neer op het herdenkingsplateau bij de ingang van het kerkhof. Het is een indrukwekkende begraafplaats: zoveel witte kruisen, zoveel jonge mannen, die met hun leven voor onze vrijheid hebben betaald. Saillant detail; op deze bijzonder begraafplaats ligt ook Tex Banwell, de man die aan de Brengun stond tijdens de aanslag op Duitse officieren in Putten in de nacht van 30 september 1944. Als wraak van de Duitsers vond de razzia plaats in Putten.

We gaan allemaal mee met Peter die naar het burgerkerkhof aan de overkant wil om daar een brandende kaars bij het graf van zijn ouders te zetten.

Hoe moe we ook zijn, we kunnen nog niet naar de camping om te gaan uitrusten. Eerst moeten we naar het Airborne museum op Hartenstein. We lopen zelfs een klein stukje om langs hotel Dreijenoord, bekend bij de Britse militairen als het ‘Witte huis’. Bij het Airbornemuseum staan Martien van Hemmen en Guus Versmissen van het Exodus comité ons op te wachten. Zij heten ons hartelijk welkom en geven uitleg over het museum. En dan kunnen we eindelijk naar de camping om uit te rusten en te slapen.

Zaterdagmorgen 27  juni   de tweede dag

Rijn

Douchen en aankleden valt niet mee met pijnlijke voeten en stramme benen. Maar ook vandaag gaan we ervoor. Om negen uur komt burgemeester Agnes Schaap van de gemeente Renkum naar de camping toe voor een officieel welkom. Zij biedt ons koffie met appelgebak aan en ook aan haar geven we onze cadeaus af. Tijdens het gesprek bij de koffie blijkt hoezeer ook de gemeente Renkum ons plan waardeert en steunt. We spreken af dat we contact houden. En als de koffie op is, is schipper Kees Koek ook al klaar met de voorbereidingen voor de overtocht. We moeten allemaal verplicht een zwemvest aan, want we gaan in een klein, instabiel bootje de Rijn over. Eigenlijk op dezelfde manier als de Britse soldaten indertijd over de Rijn gingen. Een bijzondere ervaring. Op het water zie je pas goed met ontzag hoe breed de Rijn is en hoe snel het water stroomt. Het duurt bijna een kwartier voor we aan de overkant zijn. Daar worden we bij de aanlegsteiger van het Drielseveer welkom geheten door Jan Castelein, ook van het Exodus Comité.

Driel

In Driel zijn indertijd de Poolse soldaten geland. Jan Castelein begeleidt ons dus naar het informatiecentrum over de Poolse soldaten in Driel, waar we worden ontvangen door wethouder Wijnte Hol, die de herdenkingen rond Driel coördineert. Wijnte vertelt ons over de landing van de Poolse soldaten, die de Britse soldaten moest gaan helpen bij de verovering van de Rijnbruggen. Wat is hier hard gevochten! Ook hier overhandigen we onze cadeaus.

Aan de overkant van de weg steken we weer een herdenkingskaars aan, dit keer voor de Poolse militairen. Voor onderweg krijgen we van Remco Janssen, de kabinetchef van de gemeente Overbetuwe, een Elstar appel mee. Remco vertelt dat de Elstar echt een Drielse appel is, die samen met een Drielse fruitteler en de universiteit van Wageningen is ontwikkeld.

Met een omweg lopen we terug naar de dijk. Jan laat zien waar de Polen zijn geland, waar het Poolse hoofdkwartier was en het noodhospitaal. En nu zijn we plotseling ook even in Arnhem. De Arnhemse wijk ligt zo dicht tegen de gemeente Overbetuwe aan dat de ene kant van de weg Driel is en de andere kant Arnhem. We komen weer op de Drielsedijk waar het monument is van ‘Engineers’. Het is een monument te nagedachtenis aan de genie-troepen van het Britse- en Canadese-leger die de overtocht van de Airborne’s uit Oosterbeek verzorgde. Veel Poolse soldaten namen de plaats in van de moegestreden Britten, maar offerde zich dus wel op voor krijgsgevangen gedurende de rest van de oorlog. Ard plaatst hier ook een herdenkingskaars en worden we hier gefilmd door een journalist van de omroep Lingewaard. De journalist vertelde dat hij te laat was, omdat hij de opdracht van de redactie kreeg om ons te filmen in Putten. Omdat hij in Putten niemand kon vinden is hij de opdracht maar helemaal gaan lezen en had zodoende de route gevonden en was ons gaan zoeken, de rest van de dag blijft hij ons op diverse punten filmen. We lopen nu op de dijk richting Elden en maken nog een stop bij het ‘dijkmagazijn’ (ze bewaren daar dijken) van het gemaal Arnhem. Dit is de plek waar het Duitse-leger in dec 1944 de dijk opblies zodat de Betuwe vol water liep en het Britse-leger niet door de Betuwe kon optrekken. Hier houden we een korte etenspauze voordat we richting Elden gaan. Jan verlaat ons hier en we gaan weer als groep verder.

Elden

Maar voorlopig zijn we daar nog niet in Arnhem. Eerst gaan we naar Steenenkamer waar veel jeugdherinneringen van Marieke liggen en maken we onder aan de dijk een stop bij de Pannenkoeken boerderij Steenen Camer, waar haar moeder geboren is en waar vandaan haar moeder een deel van haar familie is geëvacueerd. We vullen hier ook weer onze water flesjes, bij de scouts. Nu gaan we naar het centrum van Elden, naar het monument aan de Klapstraat waar Gert Scheperboer, oom van Marieke, staat te wachten samen met Mark Coenders, raadslid in Arnhem en een neef van Marieke. Hier plaatst Marieke een brandende herdenkingskaars bij het monument. Gert geeft uitleg over de evacuatie van Elden en Huissen. Wat hebben ook hier veel dorpsgenoten het leven verloren in de dagen van Market Garden!

De Praets

Van dit monument vertrekken we naar de gedenksteen van het Jodenhuis aan de Drielsedijk vlakbij Gelredome. Vandaar gaan we naar De Praets, om precies te zijn het veerhuis Meijnerswijk, onder de Nelson Mandelabrug. Op deze plaats was altijd de Arnhemse schipbrug. Die was er ook nog in september 1944. Op ongeveer diezelfde plek werden de evacués van Elden en Huissen overgezet naar de noordkant van de Rijn. Tragisch detail: de laatste boot zonk en drie mannen uit Huissen werden meegetrokken de verdrinkingsdood in. Later, in de jaren ’60 en ’70 was er op deze plek een fietsenveer. Op deze plek mag Peter een herdenkingskaars aansteken en vertelt Martien van Hemmen van het Exoduscomité uit Huissen over de evacuatie en het bombardement van de RAF op Huissen.

Arnhem

Het Exoduscomité begeleidt ons op de fiets over de Rijnbrug naar het evacuatiemonument aan de Apeldoornseweg in Arnhem bij theaterzaal Rembrandt. Het is even wennen voor ons om in de stad te lopen. Gisteren liepen we in het bos, vanmorgen langs de rivier en nu in de stad! Bij de gedenksteen in de muur van een kantoorgebouw staan de volgende personen ons op te wachten: Martien van Hemmen (Exodus comité), Guus Versmissen (Airborne museum), Jan Hutten (raadslid Arnhem), Hans de Vroome (wethouder Arnhem) en Peter Drenth (GS provincie Gelderland). Ook hier wordt het verhaal van de evacuatie verteld en geven we de cadeaus af. We krijgen bemoedigende woorden dat er nu nog maar een kleine afstand afgelegd hoeft te worden naar Huissen: nog maar zeven kilometer! Vol goede moed beginnen we hieraan. Door het Musispark gaan we via de ‘Berenkuil’, waar het Arnhemse monument voor de verovering van de Rijnbrug staat, naar de John Frostbrug. We kijken naar de bebouwing rond de brug. In de oorlogsgevechten zijn die allemaal kapotgeschoten. Toen was het hier één grote ruïne, nu is alles weer netjes opgebouwd.

Huissen

Direct als we de brug af zijn slaan we links af de Malburgse bandijk op. Deze dijk moet we volgen tot dat we Huissen bijna bereikt hebben. En wat een verrassing: als we net onder de N235 door zijn en de Oude Huissenseweg op lopen – wie staan daar in de bocht bij park Holthuizen ons op te wachten? Theo en Reinie van den Bunt, met een arm vol mooie witte rozen. Natuurlijk moet ook hier een foto komen van onze groep bij het bord ‘Huissen’. We stoppen kort bij drie speciale bomen. Hier stond de boerderij waar Marieke is geboren en getogen. Een plek met mooie en erg verdrietige herinneringen voor Marieke. Vanaf deze plek zijn veel Huissenaren geëvacueerd, waaronder Marieke’s vader en familie.

Op de winterdijk vlakbij het pompstation van Shell worden we verrast door een enorme regenbui die ons binnen de kortste keren drijfnat maakt. Maar we lopen door, anders worden we koud. Natter dan dit kunnen we toch niet worden. Door de natte winkelstraat komen we aan bij de Rooms Katholieke kerk van Huissen. Naast de leden van het Exodus comité staat daar ook wethouder Theo Janssen ons op te wachten, maar ook vele andere, ook uit Putten. In de stromende regen worden we welkom geheten. Eindelijk klinken de verlossende woorden: Jullie hebben het gehaald! De officiële woorden van herdenking worden haast overstraald door die vreugde. Voor het laatst geven we onze cadeaus, en ook dat heeft een andere lading dan op de andere plaatsen. Dit is het eindstation. We horen nog een mooi gedicht over de wederopbouw van Huissen en de rest van Nederland. Dan nemen Ard en Michel Marieke op de schouder. Zij is de enige van ons die nooit in de bus heeft gezeten en alle kilometers zelf heeft gelopen.

Maar er valt nog meer te herdenken. Bij het massagraf legt Erik bloemen neer en steekt Marieke een herdenkingskaars aan. Het is indrukwekkend wat een leed dit kleine dorp is aangedaan. De maandag na onze tocht stond er in de krant: Putten snapt het leed van Huissen heel goed. En inderdaad. We ervoeren het ook als heel waardevol om elkaars leed te delen en te vertellen wat zo’n groot verdriet nog jarenlang doet met een dorpsgemeenschap. Bij dit massagraf stond ook een aparte herdenkingszuil voor de drie mannen die bij Meijnerswijk zijn verdronken, nadat ze zoveel  Huissenaren hadden geholpen bij de oversteek over de Rijn.

Uitblazen

Nu zijn de officiële zaken afgehandeld. In de kloostertuin van het Dominicanerklooster wacht een eenvoudige maar lekkere maaltijd op ons. Er wordt heel wat afgelachen en gespeecht. Alle wandelaars krijgen de eremedaille van de Exoduswandeling. Deze medaille was bedoeld voor de tiende Exoduswandeling, die dit jaar vanwege de coronacrisis niet gehouden kon worden. Marieke krijgt een speciaal boek overhandigd over de evacuatie. De officiële uitreiking daarvan moet nog plaatsvinden, maar voor Marieke wordt een uitzondering gemaakt.

Na al die goede woorden snakt iedereen maar naar één ding: naar huis, douchen en met de benen omhoog nagenieten. Wat een fantastische tocht!